fbpx

Hondentaal

Hondentaal

Hondentaal

Wat zou het toch fijn zijn als je hond je precies kon vertellen wat er in zijn hoofd omgaat. Helaas spreken honden geen mensentaal en veel mensen begrijpen maar weinig van hondentaal. Om  te begrijpen wat je hond bedoelt, moet je zijn gedrag en houding leren vertalen. Hoe beter je de hondentaal leert spreken, hoe minder miscommunicaties er tussen jou en je hond zullen plaatsvinden. Daarnaast is het ook erg fijn als je het gedrag van andere honden leert lezen, zodat je op het moment dat je hond een andere soortgenoot ontmoet goed kan inschatten of het een prettige, ontspannen ontmoeting gaat worden of niet. Hondentaal is een complexe taal, dus het vergt best wat oefening om een echte expert te worden. In deze blog vertel ik je in grote lijnen wat de basisprincipes zijn en hoe je ze kunt gebruiken in de dagelijkse omgang met je hond.

Jouw hond gebruikt zijn hele lijf om met anderen te communiceren. Hij gebruikt zijn stembanden, zijn staart, zijn gezichtsuitdrukking, zijn oren, ogen en mond, zijn houding, de manier waarop hij beweegt en ademhaalt en zijn gewicht. Deze signalen zet hij in om een paar dingen te bereiken: hij wil de afstand tussen hem en de andere hond/persoon vergroten of verkleinen, hij wil aangeven wat zijn status is (hoog of laag) of hij wil vertellen dat hij blij, bang of boos is. Een hond bouwt zijn signalen altijd op. Vergelijk het met fluisteren, spreken op een normaal volume en schreeuwen. Wanneer een hond uitvalt, gromt, bijt of ander gedrag vertoont wat wij niet gewenst vinden, dan zien wij het meest extreme signaal. Dat betekent dat je hond hiervoor al op andere manieren heeft geprobeerd om te communiceren, maar dat dit in zijn ogen niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Wil je voorkomen dat je het extreme gedrag moet corrigeren, dan moet je de signalen die hieraan vooraf gaan leren herkennen en interpreteren. In de volgende paragraaf beschrijf ik de verschillende soorten signalen die honden afgeven als ze ontspannen/vrolijk, angstig, boos, dominant of onderdanig zijn.

Een ontspannen, vrolijke hond laat dit zien door de volgende signalen te gebruiken: zijn lichaam is ontspannen en laag (vaak ‘wiebelt’ hij met zijn hele lijf), zijn staart is laag en als hij kwispelt, gebruikt hij zijn hele staart. In contact met andere honden begroet hij ze door rustig en met een klein boogje op ze af te lopen en hij leunt met zijn gewicht wat bij de ander vandaan, of hij blijft neutraal in het centrum van zijn lichaam. Zijn gezichtsuitdrukking is ontspannen, zijn ogen staan zacht, hij maakt geen direct oogcontact (hij knippert en kan af en toe even wegkijken) en zijn mondhoeken kunnen wat naar boven gericht zijn als zijn mond wat geopend is (hij lijkt te lachen). Hij ademt rustig en zijn oren staan ook in een neutrale stand. Dit is de meest wenselijke gemoedstoestand van je hond. Als je hond vrolijk en ontspannen is, staat hij open om naar je te luisteren en wil hij graag met jou of andere honden knuffelen of spelen.  

Een angstige hond gebruikt de volgende signalen: hij maakt zich klein en probeert naar achteren te bewegen, zijn staart zit tussen zijn benen geklemd en zijn lijf is gespannen. Soms staan de haren op zijn rug omhoog (hij borstelt). Hij probeert naar beneden weg te kijken, zijn oren zijn naar achteren gericht en hij haalt oppervlakkig adem. Vaak piept hij of blaft hij hoog en schel. In plaats van naar achteren te bewegen, kan een angstige hond ook naar voren uitvallen. Dit doet hij vaak als noodoplossing, of omdat hij zich te weinig gesteund voelt door zijn baas. Uitvallen uit angst lijkt in eerste instantie op de signalen die hij afgeeft als hij boos is. Het verschil tussen deze signalen wordt door veel hondeneigenaren niet gezien, waardoor heel veel onzekere/bange honden onterecht het stempel ‘agressief’ krijgen. Honden die uit angst uitvallen, vallen vaak kort uit om zich daarna weer snel terug te trekken. Vaak blijft het bij schijnaanvallen: ze stoppen net voordat ze bij de andere hond/persoon zijn en ze trekken zich dan weer terug. Als ze happen, dan zijn dit vaak ook korte uitvallen; ze proberen de tegenstander niet vast te houden. De mondhoeken zijn omlaag gericht en de staart blijft ook vaak laag. Honden die uit angst uitvallen hebben maar één doel: wegkomen of de afstand tussen hen en de ander zo snel mogelijk vergroten door de ander te overbluffen. Probeer een angstige hond nooit direct te benaderen als hij niet verder naar achteren kan uitwijken. De kans dat hij naar je gaat happen is dan erg groot. Bij uitvallen of wegkruipen uit angst, helpt het goed om zelf als buffer op te treden tussen jou en de andere hond. Laat je hond achter je lopen en zorg ervoor dat je zelf veel ruimte inneemt. Jij maakt op deze manier een soort veilige bubbel om jullie heen en je zult merken dat je hond zich hierdoor kan ontspannen. Als je hond binnen uit angst uitvalt, blaft of gromt, haal hem dan uit de situatie door hem naar een veilige plek (zijn mand) te sturen. Probeer direct lichaamscontact te vermijden, omdat je de kans loopt om gehapt te worden.  

Een boze/agressieve hond laat zijn humeur op de volgende manier zien: zijn lichaam is gespannen, hij maakt zich zo groot mogelijk (ook hier kan het voorkomen dat hij borstelt), zijn grom of blaf is laag en hard. Hij blikkert met zijn tanden en zijn mondhoeken staan omhoog. Zijn oogcontact is sterk gefixeerd en zijn blik is hard. Hij richt zijn oren rechtop, net als zijn staart. Zijn adem houdt hij in. Een boze hond leunt en beweegt altijd gericht naar voren en zal bij voorkeur naar voren blijven bewegen om zo dichterbij zijn tegenstander te komen. Als hij bijt, is de kans groot dat hij vast blijft houden en zelfs gaat schudden. Waar een angstige hond uitvalt om zijn eigen ruimte veilig te stellen en zijn opponent weg te jagen, valt een boze hond uit om zijn tegenstander op zijn plek te zetten of om hem pijn te doen. Dit zijn de honden die serieuze schade aan kunnen brengen als ze in gevecht raken met een andere hond. Ze zijn tijdens een uitval vaak slecht te bereiken en ze moeten fors gecorrigeerd worden, voordat ze de correctie opmerken. Omgaan met een agressieve hond is een flinke uitdaging. Het is belangrijk dat je zo snel mogelijk de signalen leert herkennen die het voorstadium van agressie aanduiden, zodat je op dat moment je hond al kan corrigeren. Hij is dan beter te bereiken dan op het moment dat hij al razend is en de kans dat zijn gedrag uitdooft is dan nog goed mogelijk. 

Een hond die wil laten zien dat hij wil domineren doet dit op de volgende manier: hij benadert een andere hond op een directe manier. Hij loopt recht op de ander af en hij maakt zijn lichaam zo groot mogelijk. Vaak probeert hij over de rug van de andere hond te gaan leunen/hangen. Soms likt hij zelfs aan de rug van de andere hond. Dit is dus geen lieftallige lebber! Zijn lichaam is gespannen en zijn staart draagt hij hoog. Als hij kwispelt, dan doet hij dat alleen maar met het laatste deel van zijn staart. Zijn oren zijn strak naar voren gericht en zijn gezicht staat gespannen. Het kan zijn dat hij met zijn voorpoten tegen de andere hond op probeert te springen, of dat hij met zijn voorpoot de andere hond naar beneden probeert te duwen. Oogcontact is direct en uitdagend. Dominant gedrag is niet per definitie een voorbode van agressief gedrag, maar het kan wel een begroeting snel laten escaleren. Gaat de andere hond geen strijd aan en stelt hij zich onderdanig op, dan kan de ontmoeting overgaan in spelen, of in het vervolgen van de wandeling. Als de andere hond echter ook dominant gedrag vertoont, is de kans groot dat dit gaan botsen. Het is dus belangrijk om je hond scherp in de gaten te houden en tijdig te corrigeren als je weet dat hij snel dominant gedrag laat zien. Intacte reuen en honden (wederom vooral reuen) in de pubertijd hebben sneller de neiging om zich dominant op te stellen, dan andere honden.

Een onderdanige hond laat dit merken door de volgende signalen af te geven: hij houdt zijn lichaam laag, hij kijkt weg en naar beneden, hij draait zich op zijn rug en zijn staart houdt hij laag. Als hij kwispelt, doet hij dat vaak met zijn hele achterlijf. Hij benadert de andere hond nooit direct, maar altijd met een boog. Soms ‘sluipt’ hij op zijn buik naar een andere hond, terwijl hij regelmatig even stopt en afwacht wat de andere hond gaat doen. Tijdens het spelen zakt hij door zijn voorpoten (de zogenaamde spelboog) en hij zal de andere hond regelmatig meer ruimte geven door zelf weg te rennen of van hem weg te leunen. Onderdanige honden laten zich altijd door de andere hond leiden en zullen proberen om de situatie vriendschappelijk te houden door conflictvermijdend gedrag te vertonen. Om te voorkomen dat een onderdanige hond angstig wordt, is het belangrijk om het gedrag van de andere hond goed te observeren. Als hij ondanks de onderdanige houding van jouw hond blijft domineren, is het tijd om in te grijpen. Niet elke dominante hond gaat namelijk netjes met de grenzen van onderdanige honden om. Hoe veiliger jouw onderdanige hond zich voelt, hoe groter de kans is dat hij vrolijk en ontspannen blijft.

Aan de hand van bovenstaande beschrijvingen kun je nu hopelijk een redelijke inschatting maken hoe je hond zich voelt en welke intenties hij heeft. Hoe beter je je hond leert lezen, hoe sneller je in staat bent om subtiele signalen op te pakken en situaties in te schatten. Ik wil je daarom uitdagen om de komende tijd goed op het gedrag en de houding van jouw hond en op de honden die je tegenkomt te letten. Oefening baart kunst en wie weet spreek jij binnenkort vloeiend hondentaal!   

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.